Spijt na de bruiloft

Printvriendelijke versie

Het is algemeen bekend dat huwelijkse voorwaarden vóór het huwelijk gemaakt moeten worden. Toch komt het nog regelmatig voor dat mensen dat vergeten, of denken dat het later nog wel kan.

Helaas is er na het ja-woord direct sprake van een gemeenschap van goederen. Sinds 1 januari 2018 is dat weliswaar een beperkte gemeenschap en geen algehele gemeenschap van goederen meer. De oplossing is huwelijkse voorwaarden te maken tijdens het huwelijk en een akte van verdeling door de notaris te laten opstellen waardoor de echtgenoten niet langer recht hebben op ‘ieder de helft’ maar weer recht hebben op hun bezit van voor het huwelijk. Dat lijkt makkelijk, toch blijft het opletten.

De belastingdienst kan namelijk soms schenkbelasting heffen bij deze doorgaans ongelijke verdeling tussen echtgenoten. Om dat te voorkomen is er een speciale ‘spijtoptantenregeling’, er wordt geen schenkbelasting geheven als door een misverstand voorafgaand aan het huwelijk geen huwelijkse voorwaarden zijn opgesteld en dat alsnog binnen drie jaar na het huwelijk wordt gedaan. De huwelijksgemeenschap moet dan zodanig verdeeld worden dat de echtgenoten gerechtigd zijn tot het vermogen alsof de huwelijkse voorwaarden al vóór het huwelijk waren opgesteld.

Dat er ook misbruik wordt gemaakt van deze regeling bleek onlangs toen een man zich realiseerde dat zijn nieuwbakken vrouw zou meedelen in zijn succesvolle onderneming. Hij wilde alsnog huwelijkse voorwaarden maken onder het mom dat het slecht ging met de zaak en hij zijn vrouw wilde beschermen. Zijn vrouw kreeg het ‘onder water staande huis’ met hypotheek toegedeeld. Toen later de ware reden duidelijk werd slaagde de vrouw erin om de huwelijkse voorwaarden te
laten vernietigen door de rechter.

Heeft u trouwplannen? Voorkom stress vlak voor – of na – de grote dag en zorg dat uw huwelijkse voorwaarden maanden voor uw huwelijksdag al getekend zijn. Wij nemen graag de tijd voor u.

Bron: Notamail 29 juni 2018, 151. Hof Arnhem-Leeuwarden 19 juni 2018, nr 200.213.208/01 (GHARL:2018:5813).